woensdag 31 december 2014
London
For the Holidays, DH, Joyce and I visited London for a few days. We hoped to still get that Christmas feel, although we arrived the day after boxing day and returned home on Sylvester, but it wasn't there anymore, neither was the snow. London is known for its foggy days with lots of rain, but we were fortunate to have sunshine during our short stay.
donderdag 9 oktober 2014
Iceland
Time to get to see the Northern Lights (Aurora Borealis) in Iceland. Joyce and I went there September 30 - October 7 and did a tour around the entire island with a rental. Starting at the international airport of Reykjavik (Keflavik) we drove counter clockwise along Vik, Höfn, Egilsstadir, Myvatn, Husavik (whale watching tour), Saudarkrokur again to Reykjavik. We saw geysirs, glaciers, waterfalls, fjords, the ocean, lavafields, natural hot springs, geothermic wells and national Parks and drove 2025 km in total.
Some areas are very remote, but the road (route 1) is paved (except for 18 km between Höfn and Egilsstadir). Unfortunately we missed the Northern Lights every night, but the experience of seeing large icebergs separating from the glacier is enormous. Wouldn't want to have missed it for the world, what a beautiful colours ice can have!
Begin oktober 2014 ben ik met mijn dochter 8 dagen naar IJsland geweest, met als voornaamste reden om het Noorderlicht te zien. Helaas is dat niet gebeurd, niet omdat het (nog) niet te zien was, maar omdat we telkens net 1 dag later bij een hotel aankwamen, waar het de nacht ervoor heel duidelijk zichtbaar was.
In ca. 3 uur vlieg je van Amsterdam naar Reykjavik , waar we op het vliegveld onze huurauto hebben opgehaald. Het is zeer aan te raden om een tomtom of iets dergelijks mee te huren, onze routebeschrijving gaf namelijk alleen coördinaten waar we onze hotels konden vinden. Bovendien is de Tomtom ook heel handig wat betreft toeristische bezienswaardigheden, benzinepompen e.d. die vaak al voorgeprogrammeerd staan, omdat andere toeristen voor jou het apparaat al gebruikt hebben en de gegevens zijn opgeslagen. We hebben een rondje IJsland gedaan tegen de klok in, te beginnen in Reykjavik zelf. De Blue Lagoon (liggend tussen vliegveld Keflavik en de hoofdstad) stond als eerste op ons programma, maar door vertraging van onze vlucht hebben we dit bezoek uitgesteld tot de laatste dag. Onze eerste route voerde ons via het Pingvillar National Park , Geysir en Gullfoss (mega watervallen) naar Vik in het zuiden, waar we overnacht hebben. Vlakbij Vik (in Dyrhólaey) vind je een klif met uitkijkpunt voor papegaaiduikers (puffins), die van eind april tot begin september daar nestelen. Wij zijn er wel geweest, maar waren te laat in het seizoen voor de puffins, die zich inmiddels al ver op zee bevonden.
Van Vik reden we via de hoofdweg (nr. 1) naar Höfn, waardoor je langs de Jökulsárlón Glacier Lagoon komt. Neem de tijd om hier te kijken en rond te lopen. Het meer met de echt blauwe ijsblokken is adembenemend om te zien. De ijsschotsen drijven onder de brug door naar zee, ga daar ook beslist even kijken op het zwarte strand (simpel even de weg oversteken). Mocht je het koud hebben, trek krijgen of moeten plassen, die mogelijkheid is er. Je kunt zelfs met een boot of Zodiac het meer op (tegen betaling) om de gletsjer van dichtbij te bekijken. Als je mazzel hebt, zie je ook zeehondjes zwemmen in de lagoon.
Onze route voerde ons verder naar Egilsstadir, waar we een aantal kilometers voor de stad op route 1 (die helemaal geasfalteerd is) een stuk weg kregen van 18 kilometer lang, alleen zwarte gravel met grote gaten en kuilen in de weg en hellingen van 17%. Niet echt leuk om te rijden, zeker niet als je huurauto het bijna niet voor elkaar krijgt om dergelijke hellingen te overbruggen. Hier in het oosten van IJsland bestaat de mogelijkheid om rendieren in het wild te spotten. Egilsstadir is een klein plaatsje, waar ze claimen een "monster" te hebben in het meer (á la Loch Ness), nauwelijks restaurants, dus hebben wij bij de plaatselijke "snackbar" gegeten. Van Egilsstadir reden we naar Myvatn, een gebied met geothermische bronnen en pseudokraters. De bronnen zijn warm en stinken er lustig op los. In Myvatn vielen we met onze neuzen in de boter, want die avond werd er een zeer uitgebreid buffet gehouden met o.a. lam, zalm, forel, karper, fazant, duif, korhoendersoep, rendiervlees, hert, kwartel , puffin en nog veel meer lekkers, dit ter gelegenheid van het wisselen van de seizoenen. De volgende dag zijn we naar Húsavik gereden, waar we de middag ervoor een walvisexcursie hadden geboekt via internet. Het weer was inmiddels opgeklaard, zodat er na 2 dagen storm eindelijk weer uitgevaren kon worden en we 2 humpbackwhales hebben kunnen zien. Via een lange weg door de fjorden zijn we doorgereden naar Saudárkrókur. Onderweg kun je nog de Dettifoss waterval bezoeken, voor ons was de weg te glad ivm sneeuwval. Het gebied in Noord- en Oost-IJsland is tamelijk desolaat en dunbevolkt, je ziet er nauwelijks huizen of auto's (in heel IJsland trouwens bijna nergens, op de steden Reykjavik en Akureyri na). Zorg ervoor dat je tankt zodra je tank halfleeg is, wie weet wanneer je de volgende pomp tegenkomt.....
De afstanden in IJsland tussen de verschillende stops zijn ca. 300 km en goed te doen in een halve dag, je mag er namelijk maar 90 km per uur op de (snel-)weg nr. 1. De andere wegen (zijwegen van route 1) zijn vaak onverhard en lenen zich niet om harder dan ca. 50 km/uur te rijden. Op onze laatste dag zijn we naar The Blue Lagoon (bij Reykjavik) geweest. Thermale baden waar je voor min. 35 euro gebruik van mag maken, extra behandelingen (bijv. modderbaden of massages) zijn duurder. Gelukkig kun je er ook gewoon rondwandelen en het blauwe water fotograferen.
Nog een paar tips:
- gps huren is geen overbodige luxe
- 4x4 is aan te bevelen als je van de hoofdroute (weg nr. 1)wilt afwijken
- tank zodra je de mogelijkheid hebt, langs route 1 zijn tankstations N1 waar je met je creditcard +pin (van tevoren bedrag intoetsen) kunt tanken of je koopt een benzine pas van 3000, 5000, of 10.000 ISK. Deze stop je in de automaat, toetst het pomp nr. in en je kunt tanken tot je het totaal van de pas hebt gebruikt. Als je minder benzine nodig hebt, blijft het verschil staan op je pas en kun je dat de volgende keer gebruiken.
- eten is niet goedkoop, als het kan dan bij een supermarkt (Bonus of Netto) broodjes en iets te drinken inslaan voor onderweg.
- bij je avondeten krijg je altijd een kan water (gratis) , extra drinken kopen hoeft dus niet (tenzij je houdt van een biertje of zo)
- als je later in het seizoen gaat, neem dan een ijskrabbertje mee in je bagage. Wij moesten 1 ochtend krabben, maar in de auto was geen ijskrabber te vinden, bij gebrek hieraan maar een benzinepas gebruikt
- vraag de receptie van je hotel om je te wekken, als is het midden in de nacht, om het Noorderlicht te zien. De meeste hotels hebben een bellijst waar je je op kunt laten zetten.
Some areas are very remote, but the road (route 1) is paved (except for 18 km between Höfn and Egilsstadir). Unfortunately we missed the Northern Lights every night, but the experience of seeing large icebergs separating from the glacier is enormous. Wouldn't want to have missed it for the world, what a beautiful colours ice can have!
Begin oktober 2014 ben ik met mijn dochter 8 dagen naar IJsland geweest, met als voornaamste reden om het Noorderlicht te zien. Helaas is dat niet gebeurd, niet omdat het (nog) niet te zien was, maar omdat we telkens net 1 dag later bij een hotel aankwamen, waar het de nacht ervoor heel duidelijk zichtbaar was.
In ca. 3 uur vlieg je van Amsterdam naar Reykjavik , waar we op het vliegveld onze huurauto hebben opgehaald. Het is zeer aan te raden om een tomtom of iets dergelijks mee te huren, onze routebeschrijving gaf namelijk alleen coördinaten waar we onze hotels konden vinden. Bovendien is de Tomtom ook heel handig wat betreft toeristische bezienswaardigheden, benzinepompen e.d. die vaak al voorgeprogrammeerd staan, omdat andere toeristen voor jou het apparaat al gebruikt hebben en de gegevens zijn opgeslagen. We hebben een rondje IJsland gedaan tegen de klok in, te beginnen in Reykjavik zelf. De Blue Lagoon (liggend tussen vliegveld Keflavik en de hoofdstad) stond als eerste op ons programma, maar door vertraging van onze vlucht hebben we dit bezoek uitgesteld tot de laatste dag. Onze eerste route voerde ons via het Pingvillar National Park , Geysir en Gullfoss (mega watervallen) naar Vik in het zuiden, waar we overnacht hebben. Vlakbij Vik (in Dyrhólaey) vind je een klif met uitkijkpunt voor papegaaiduikers (puffins), die van eind april tot begin september daar nestelen. Wij zijn er wel geweest, maar waren te laat in het seizoen voor de puffins, die zich inmiddels al ver op zee bevonden.
Van Vik reden we via de hoofdweg (nr. 1) naar Höfn, waardoor je langs de Jökulsárlón Glacier Lagoon komt. Neem de tijd om hier te kijken en rond te lopen. Het meer met de echt blauwe ijsblokken is adembenemend om te zien. De ijsschotsen drijven onder de brug door naar zee, ga daar ook beslist even kijken op het zwarte strand (simpel even de weg oversteken). Mocht je het koud hebben, trek krijgen of moeten plassen, die mogelijkheid is er. Je kunt zelfs met een boot of Zodiac het meer op (tegen betaling) om de gletsjer van dichtbij te bekijken. Als je mazzel hebt, zie je ook zeehondjes zwemmen in de lagoon.
Onze route voerde ons verder naar Egilsstadir, waar we een aantal kilometers voor de stad op route 1 (die helemaal geasfalteerd is) een stuk weg kregen van 18 kilometer lang, alleen zwarte gravel met grote gaten en kuilen in de weg en hellingen van 17%. Niet echt leuk om te rijden, zeker niet als je huurauto het bijna niet voor elkaar krijgt om dergelijke hellingen te overbruggen. Hier in het oosten van IJsland bestaat de mogelijkheid om rendieren in het wild te spotten. Egilsstadir is een klein plaatsje, waar ze claimen een "monster" te hebben in het meer (á la Loch Ness), nauwelijks restaurants, dus hebben wij bij de plaatselijke "snackbar" gegeten. Van Egilsstadir reden we naar Myvatn, een gebied met geothermische bronnen en pseudokraters. De bronnen zijn warm en stinken er lustig op los. In Myvatn vielen we met onze neuzen in de boter, want die avond werd er een zeer uitgebreid buffet gehouden met o.a. lam, zalm, forel, karper, fazant, duif, korhoendersoep, rendiervlees, hert, kwartel , puffin en nog veel meer lekkers, dit ter gelegenheid van het wisselen van de seizoenen. De volgende dag zijn we naar Húsavik gereden, waar we de middag ervoor een walvisexcursie hadden geboekt via internet. Het weer was inmiddels opgeklaard, zodat er na 2 dagen storm eindelijk weer uitgevaren kon worden en we 2 humpbackwhales hebben kunnen zien. Via een lange weg door de fjorden zijn we doorgereden naar Saudárkrókur. Onderweg kun je nog de Dettifoss waterval bezoeken, voor ons was de weg te glad ivm sneeuwval. Het gebied in Noord- en Oost-IJsland is tamelijk desolaat en dunbevolkt, je ziet er nauwelijks huizen of auto's (in heel IJsland trouwens bijna nergens, op de steden Reykjavik en Akureyri na). Zorg ervoor dat je tankt zodra je tank halfleeg is, wie weet wanneer je de volgende pomp tegenkomt.....
De afstanden in IJsland tussen de verschillende stops zijn ca. 300 km en goed te doen in een halve dag, je mag er namelijk maar 90 km per uur op de (snel-)weg nr. 1. De andere wegen (zijwegen van route 1) zijn vaak onverhard en lenen zich niet om harder dan ca. 50 km/uur te rijden. Op onze laatste dag zijn we naar The Blue Lagoon (bij Reykjavik) geweest. Thermale baden waar je voor min. 35 euro gebruik van mag maken, extra behandelingen (bijv. modderbaden of massages) zijn duurder. Gelukkig kun je er ook gewoon rondwandelen en het blauwe water fotograferen.
Nog een paar tips:
- gps huren is geen overbodige luxe
- 4x4 is aan te bevelen als je van de hoofdroute (weg nr. 1)wilt afwijken
- tank zodra je de mogelijkheid hebt, langs route 1 zijn tankstations N1 waar je met je creditcard +pin (van tevoren bedrag intoetsen) kunt tanken of je koopt een benzine pas van 3000, 5000, of 10.000 ISK. Deze stop je in de automaat, toetst het pomp nr. in en je kunt tanken tot je het totaal van de pas hebt gebruikt. Als je minder benzine nodig hebt, blijft het verschil staan op je pas en kun je dat de volgende keer gebruiken.
- eten is niet goedkoop, als het kan dan bij een supermarkt (Bonus of Netto) broodjes en iets te drinken inslaan voor onderweg.
- bij je avondeten krijg je altijd een kan water (gratis) , extra drinken kopen hoeft dus niet (tenzij je houdt van een biertje of zo)
- als je later in het seizoen gaat, neem dan een ijskrabbertje mee in je bagage. Wij moesten 1 ochtend krabben, maar in de auto was geen ijskrabber te vinden, bij gebrek hieraan maar een benzinepas gebruikt
- vraag de receptie van je hotel om je te wekken, als is het midden in de nacht, om het Noorderlicht te zien. De meeste hotels hebben een bellijst waar je je op kunt laten zetten.
zaterdag 14 juni 2014
Lisbon, Portugal
In June 2014 my DH and I went for a short citytrip to Lisbon, capital of Portugal. Lisbon is a city, divided in an upper and lower part, which are accessible by staircases or by lift.
zaterdag 15 februari 2014
Kenya/Tanzania
Time for another major vacation of 16 days with my whole family: discovering the Big Five in Kenya/Tanzania. First a whole week in Kenya, visiting the Masai Mara, Naivasha National Park and Nakuru National Park, then crossing the border to Tanzania for a visit to the Serengeti (where we actually discovered the illusive leopard twice) and the Ngorongoro crater. We camped out two nights at the Serengeti, where at night wildlife can be found next to your own little tent (like hyena e.g.), quite scary!!
Als je afgaat op de vele natuurdocumentaires die op tv worden uitgezonden (o.a. via Animal Planet), wemelt het werkelijk van het wild in de nationale wildparken van Kenia en Tanzania. De werkelijkheid wijst iets anders uit: natuurlijk zijn er heel veel wilde dieren te spotten op bijv. de Masai Mara en Serengeti, maar er zijn ook eindeloze vlakten zonder enig dier, dat hebben wij in elk geval wel meegemaakt. Waarschijnlijk ligt dit aan de periode wanneer je er bent en of de Grote Trek al geweest is (dit hangt af van het regenseizoen). Mocht je van plan zijn deze landen te bezoeken, zoek dan van te voren uit wanneer de Grote Trek gaat plaatsvinden en plan je vakantie daarop, zodat je je "startland" kunt bepalen (Kenia of Tanzania).
Wij zijn onze rondreis begonnen in Kenia (van Nairobi naar Nakuru) en startten met een gamedrive door het Nakuru National Park, waar je voornamelijk vogels zult zien. Groot wild (giraffes, zebra's, buffels en neushoorns) komt er ook wel voor, maar de vogels vormen de meerderheid. In Naivasha is de mogelijkheid om een bootexcursie te doen, zodat je nijlpaarden kunt opspeuren. Ook is er de mogelijkheid voor een fietssafari naar Hell's Gate National Park, een pittige fietstocht van ca. 30 km.
De meeste wegen in zowel Kenia als Tanzania zijn slecht, het zijn over het algemeen verharde zandwegen met veel hobbels en kuilen, die veel weg hebben van een groot wasbord waar je overheen moet rijden. Hou dus rekening met het feit, dat je regelmatig behoorlijk door elkaar geschud gaat worden. Onze vakantie was een hotel-vakantie, met díe uitzondering dat we op de Masai Mara in tented lodges overnachtten en op de Serengeti 2 nachten in een ienie-mini tentje hebben geslapen, nou ja geslapen...
De tented lodges op de Masai Mara zijn redelijk luxe: er staan grote 2-persoons bedden met klamboe, er is eigen sanitair én elektriciteit. De gamedrives op de Masai Mara leverden ons weinig wild op, de gebruikelijke olifanten, giraffen en de nodige soorten hoefdieren (topi's, gazellen, zebra's, impala's) daargelaten. Toch deden we er nog een soort ontdekking: 2 leeuwinnen, die lekker achter de bosjes lagen te slapen! Van de Masai Mara trekken we met onze overlandtruck verder richting Victoriameer op weg naar de grens met Tanzania. We waren van tevoren gewaarschuwd dat de grensformaliteiten soms wel 2 uur in beslag konden nemen, maar dat viel alleszins mee, na 3 kwartier was de hele groep (22 personen) gecontroleerd en in orde bevonden. Met de stempels in het paspoort (visum was thuis al geregeld) konden we verder. Onze reisleidster had geregeld dat er iemand uit Tanzania in de vrachtwagen kwam om geld te wisselen, want in Tanzania kun je als toerist nergens pinnen. Hou hier rekening mee en zorg voor voldoende cash geld (dollars, euro's of Keniaans geld).
Tijd voor het échte werk, we verblijven 2 dagen en een nacht op de Serengeti, een groot gebied van ca. 15.000 km2 met letterlijk miljoenen dieren, variërend van gnoes, zebra's en gazellen, tot giraffen, olifanten, neushoorns en de hond- en katachtigen. We zijn nog maar nauwelijks binnen of zien een leeuwin in een boom zitten en er vlakbij loopt nog een leeuwin in de bosjes. Dat belooft wat! We zien hyena's, olifanten en giraffen, grootoorvosjes en veel vogelsoorten. Dan is het tijd om ons tentje op te zetten, het valt nog niet mee als je nooit gekampeerd hebt. Bovendien zijn de tentjes klein, je kunt er je kont nauwelijks keren als beide slaapzakken zijn uitgerold en je je koffer/tas ook nog kwijt wilt. Op de (niet omheinde) campingplaats is het gelukkig rustig, onze groep is deze avond de enige die er verblijft. Er is een sanitair gebouwtje (met 2 primitieve toiletten) en een kraantje. 's Avonds zitten we bij het kampvuur en genieten we van het heerlijke eten, wat onze meereizende kok Dixon heeft klaargemaakt. Tot onze grote verrassing komt er 's avonds een rijdende bar langs, waar je wat te drinken kunt kopen, wijn, bier of fris, het is allemaal te koop! Van slapen komt niet zo veel, 's avonds lopen de hyena's langs je tentje en er schijnen 's nachts ook zebra's langsgeweest te zijn. We hebben ze wel gehoord, maar niet gezien (die zebra's dan, de hyena wel degelijk!)
De volgende ochtend vertrekken we vroeg (5.00 uur!) om de zonsopkomst mee te maken en keren halverwege de dag terug naar het kamp voor de lunch. Na de lunch gaan we voor een volgende gamedrive en ja, bij een groepje bomen staan heel veel jeeps stil. Daar moet een luipaard zitten. Onze truck is zo groot, dat we over de jeeps heen kunnen kijken: de luipaard is net uit de boom gesprongen en loopt ons tegemoet door het hoge gras. Wow, wat een prachtig dier is het!! Na de nodige foto's rijden we verder naar het informatiecentrum, waar we onze apparatuur kunnen opladen. De volgende tocht levert ons opnieuw een luipaard op, deze hangt in een boom in de typische luipaard-houding. En dan..... klapt er een band van de truck. We staan bij een "kopje" (rotsformatie) waar leeuwen gesignaleerd zijn, maar met een lekke band kunnen we niet verder. Onze chauffeur rijdt met lekke band toch een stuk door en alle mannen uit de groep helpen hem om de band te verwisselen. Best spannend zo midden op de Serengeti. De vrouwen in de truck houden de omgeving in de gaten.
Van de Serengeti rijden we door naar de Ngorongo-krater, een optionele excursie waar je apart voor moet betalen, maar dat is meer dan de moeite waard. Met 4-wiel aangedreven jeeps dalen we af naar de bodem van de krater om daar het wild te aanschouwen. Deze krater staat bekend om z'n zwarte neushoorns (eigenlijk puntlipneushoorns) en leeuwen met zwarte manen. Die willen we dan ook wel zien en we worden op onze wenken bediend. De ranger van onze jeep is niet bang aangelegd en weet precies waar hij moet zijn voor de neushoorns. Ook zien we flamingo's, struisvogels, wrattenzwijnen en jakhalzen in de krater, naast de "gebruikelijke" soorten wild. De leeuwen zijn aan het paren en laten zich niet afleiden door fotograferende toeristen.
In Mto wa Mbu, een klein dorp, doen we een village walk en maken o.a. kennis met verschillende soorten bananen en de houtsnij- en schilderkunsten van de bewoners. Voor we richting Arusha afreizen, mogen we nog in een Masai dorpje kijken hoe de mensen daar leven. In Nairobi hebben we nog het David Sheldrick Orphanage bezocht (waar wees olifantjes worden opgevangen) en zijn we naar het Giraffen centrum geweest, waar je zelf giraffen mag voeren.
Tja, wat valt er verder nog te vertellen over Kenia en Tanzania? Het zijn beide mooie landen, afhankelijk van het (regen-)seizoen kun je heel veel wild spotten, de wegen zijn slecht, maar de bevolking is gastvrij. Kamperen is zeker een optie als je avontuurlijk bent aangelegd en niet geïnteresseerd bent in luxe. Wij vonden Tanzania (het armste land van de twee) mooier dan Kenia, maar mogelijk is ons beeld vertroebeld, omdat wij in Tanzania veel meer wild hebben gezien dan in Kenia.
Als je afgaat op de vele natuurdocumentaires die op tv worden uitgezonden (o.a. via Animal Planet), wemelt het werkelijk van het wild in de nationale wildparken van Kenia en Tanzania. De werkelijkheid wijst iets anders uit: natuurlijk zijn er heel veel wilde dieren te spotten op bijv. de Masai Mara en Serengeti, maar er zijn ook eindeloze vlakten zonder enig dier, dat hebben wij in elk geval wel meegemaakt. Waarschijnlijk ligt dit aan de periode wanneer je er bent en of de Grote Trek al geweest is (dit hangt af van het regenseizoen). Mocht je van plan zijn deze landen te bezoeken, zoek dan van te voren uit wanneer de Grote Trek gaat plaatsvinden en plan je vakantie daarop, zodat je je "startland" kunt bepalen (Kenia of Tanzania).
Wij zijn onze rondreis begonnen in Kenia (van Nairobi naar Nakuru) en startten met een gamedrive door het Nakuru National Park, waar je voornamelijk vogels zult zien. Groot wild (giraffes, zebra's, buffels en neushoorns) komt er ook wel voor, maar de vogels vormen de meerderheid. In Naivasha is de mogelijkheid om een bootexcursie te doen, zodat je nijlpaarden kunt opspeuren. Ook is er de mogelijkheid voor een fietssafari naar Hell's Gate National Park, een pittige fietstocht van ca. 30 km.
De meeste wegen in zowel Kenia als Tanzania zijn slecht, het zijn over het algemeen verharde zandwegen met veel hobbels en kuilen, die veel weg hebben van een groot wasbord waar je overheen moet rijden. Hou dus rekening met het feit, dat je regelmatig behoorlijk door elkaar geschud gaat worden. Onze vakantie was een hotel-vakantie, met díe uitzondering dat we op de Masai Mara in tented lodges overnachtten en op de Serengeti 2 nachten in een ienie-mini tentje hebben geslapen, nou ja geslapen...
De tented lodges op de Masai Mara zijn redelijk luxe: er staan grote 2-persoons bedden met klamboe, er is eigen sanitair én elektriciteit. De gamedrives op de Masai Mara leverden ons weinig wild op, de gebruikelijke olifanten, giraffen en de nodige soorten hoefdieren (topi's, gazellen, zebra's, impala's) daargelaten. Toch deden we er nog een soort ontdekking: 2 leeuwinnen, die lekker achter de bosjes lagen te slapen! Van de Masai Mara trekken we met onze overlandtruck verder richting Victoriameer op weg naar de grens met Tanzania. We waren van tevoren gewaarschuwd dat de grensformaliteiten soms wel 2 uur in beslag konden nemen, maar dat viel alleszins mee, na 3 kwartier was de hele groep (22 personen) gecontroleerd en in orde bevonden. Met de stempels in het paspoort (visum was thuis al geregeld) konden we verder. Onze reisleidster had geregeld dat er iemand uit Tanzania in de vrachtwagen kwam om geld te wisselen, want in Tanzania kun je als toerist nergens pinnen. Hou hier rekening mee en zorg voor voldoende cash geld (dollars, euro's of Keniaans geld).
Tijd voor het échte werk, we verblijven 2 dagen en een nacht op de Serengeti, een groot gebied van ca. 15.000 km2 met letterlijk miljoenen dieren, variërend van gnoes, zebra's en gazellen, tot giraffen, olifanten, neushoorns en de hond- en katachtigen. We zijn nog maar nauwelijks binnen of zien een leeuwin in een boom zitten en er vlakbij loopt nog een leeuwin in de bosjes. Dat belooft wat! We zien hyena's, olifanten en giraffen, grootoorvosjes en veel vogelsoorten. Dan is het tijd om ons tentje op te zetten, het valt nog niet mee als je nooit gekampeerd hebt. Bovendien zijn de tentjes klein, je kunt er je kont nauwelijks keren als beide slaapzakken zijn uitgerold en je je koffer/tas ook nog kwijt wilt. Op de (niet omheinde) campingplaats is het gelukkig rustig, onze groep is deze avond de enige die er verblijft. Er is een sanitair gebouwtje (met 2 primitieve toiletten) en een kraantje. 's Avonds zitten we bij het kampvuur en genieten we van het heerlijke eten, wat onze meereizende kok Dixon heeft klaargemaakt. Tot onze grote verrassing komt er 's avonds een rijdende bar langs, waar je wat te drinken kunt kopen, wijn, bier of fris, het is allemaal te koop! Van slapen komt niet zo veel, 's avonds lopen de hyena's langs je tentje en er schijnen 's nachts ook zebra's langsgeweest te zijn. We hebben ze wel gehoord, maar niet gezien (die zebra's dan, de hyena wel degelijk!)
De volgende ochtend vertrekken we vroeg (5.00 uur!) om de zonsopkomst mee te maken en keren halverwege de dag terug naar het kamp voor de lunch. Na de lunch gaan we voor een volgende gamedrive en ja, bij een groepje bomen staan heel veel jeeps stil. Daar moet een luipaard zitten. Onze truck is zo groot, dat we over de jeeps heen kunnen kijken: de luipaard is net uit de boom gesprongen en loopt ons tegemoet door het hoge gras. Wow, wat een prachtig dier is het!! Na de nodige foto's rijden we verder naar het informatiecentrum, waar we onze apparatuur kunnen opladen. De volgende tocht levert ons opnieuw een luipaard op, deze hangt in een boom in de typische luipaard-houding. En dan..... klapt er een band van de truck. We staan bij een "kopje" (rotsformatie) waar leeuwen gesignaleerd zijn, maar met een lekke band kunnen we niet verder. Onze chauffeur rijdt met lekke band toch een stuk door en alle mannen uit de groep helpen hem om de band te verwisselen. Best spannend zo midden op de Serengeti. De vrouwen in de truck houden de omgeving in de gaten.
Van de Serengeti rijden we door naar de Ngorongo-krater, een optionele excursie waar je apart voor moet betalen, maar dat is meer dan de moeite waard. Met 4-wiel aangedreven jeeps dalen we af naar de bodem van de krater om daar het wild te aanschouwen. Deze krater staat bekend om z'n zwarte neushoorns (eigenlijk puntlipneushoorns) en leeuwen met zwarte manen. Die willen we dan ook wel zien en we worden op onze wenken bediend. De ranger van onze jeep is niet bang aangelegd en weet precies waar hij moet zijn voor de neushoorns. Ook zien we flamingo's, struisvogels, wrattenzwijnen en jakhalzen in de krater, naast de "gebruikelijke" soorten wild. De leeuwen zijn aan het paren en laten zich niet afleiden door fotograferende toeristen.
In Mto wa Mbu, een klein dorp, doen we een village walk en maken o.a. kennis met verschillende soorten bananen en de houtsnij- en schilderkunsten van de bewoners. Voor we richting Arusha afreizen, mogen we nog in een Masai dorpje kijken hoe de mensen daar leven. In Nairobi hebben we nog het David Sheldrick Orphanage bezocht (waar wees olifantjes worden opgevangen) en zijn we naar het Giraffen centrum geweest, waar je zelf giraffen mag voeren.
Tja, wat valt er verder nog te vertellen over Kenia en Tanzania? Het zijn beide mooie landen, afhankelijk van het (regen-)seizoen kun je heel veel wild spotten, de wegen zijn slecht, maar de bevolking is gastvrij. Kamperen is zeker een optie als je avontuurlijk bent aangelegd en niet geïnteresseerd bent in luxe. Wij vonden Tanzania (het armste land van de twee) mooier dan Kenia, maar mogelijk is ons beeld vertroebeld, omdat wij in Tanzania veel meer wild hebben gezien dan in Kenia.
Abonneren op:
Reacties (Atom)