My DH and I wanted to visit India in 2012, mainly to observe wild tigers in their natural habitat. We already booked a vacation, but the government of India decided to close the National Parks (for the time being) where the tigers are living. These parks are always closed from June 1 til October 1, to not stress the tigers too much. Normally the Parks would be open again for tourism at October 1st, but this year the ban on tourism was extended, so our vacation was cancelled to the last minute.
Due to the fact that we already had given notice to our work, we had to immediately book another vacation and therefore we choose Borneo, where the orang-utans live in the wild. Our group was just small, only one other Dutch couple came with us. We left for Kuala Lumpur at November 9, 2012 and returned November 21, 2012.
Het eiland Borneo is opgedeeld in 3 landen. Het zuidelijke, grootste deel van het eiland is van Indonesië en heet officiëel Kalimantan, het noorden behoort bij Maleisië en is opgedeeld in de provincies Sabah en Sarawak en het onafhankelijke staatje Brunei ligt ook in het noorden van het eiland.
Wij waren in november 2012 in Maleisisch Borneo waar we op zoek zijn gegaan naar orang-oetans, neusapen en als toetje ook de pygmee-olifanten te zien kregen. De natuur díe er nog is, is nog zo goed als ongerept en verplaatsen doe je je niet of nauwelijks per auto, maar óf per vliegtuig óf per boot over het water. Cultuur (qua tempels en boeddha's) is hier waarschijnlijk wel te vinden, maar is zeker niet de hoofdzaak. Daarvoor kun je beter het vasteland van Maleisië bezoeken. Het eiland kent een aantal grotere steden als Kuching en Kota Kinabalu, maar bestaat toch nog altijd voor een deel uit tropisch regenwoud, ondanks het feit dat hiervan al een heel groot deel is gekapt en vervangen door palmolieplantages. Gelukkig zijn er ook nationale parken, waardoor de natuurlijke habitat van o.a. de neusaap en orang-oetan bewaard blijft.
Tijdens onze reis hebben wij een nacht doorgebracht bij een plaatselijke Iban-stam, die ca. 200 jaar geleden nog aan koppensnellen deden. Een primitief volk, wat met veel gezinnen bij elkaar in één zgn. longhouse woont. Dit longhouse heeft een grote gezamenlijke woonruimte over de volle lengte van het huis, hier wordt gespeeld, gegeten, gedronken, gerookt, gefeest, gepraat, kortom hier vindt het sociale gebeuren van de stam plaats. Elk gezin heeft in het longhouse een eigen ruimte waar o.a. wordt gekookt en geslapen. Ook de dieren lopen er vrij rond.
In de omgeving van Mulu kun je oude grotten bezoeken, waar je een mooie wandeltocht naar toe en doorheen kunt maken. In de Deer Cave huizen miljoenen vleermuizen die 's avonds rond 17.30 uur uitvliegen, op zoek naar voedsel. De andere grotten zijn voornamelijk druipsteengrotten met mooie of bijzondere plekken en in één stroomt een kristalheldere rivier.
We vliegen van Kota Kinabalu naar Sandakan en rijden vanaf het vliegveld door naar Sepilok, waar we de orang-oetans zullen bezoeken. Hier is namelijk een orang-oetan opvang, waar de apen worden voorbereid op het zelfstandige leven in de jungle. De apen worden nog wel gevoerd op een platform, maar de dieren hebben zelf de keuze of ze wel of niet komen voor het voedsel. Als ze namelijk voldoende voeding in de jungle kunnen vinden, komen ze niet (meer) naar het platform voor de (bij-)voedering. Een hele leuke ervaring om deze semi-wilde apen in hun natuurlijke omgeving te zien.
We maken ook een bootexcursie en ontdekken de bedreigde neusaap, een aparte aapsoort, waarvan de mannetjes een grote, hangende neus hebben. Onze gids spot een wilde orang-oetan in de bomen, diverse hornbill vogels en we horen dat er pygmee-olifanten in de buurt zijn. Die willen we natuurlijk ook graag zien. Onze boot weet vlakbij de oever te komen, en daar ontwaren we een kleine kudde pygmee- of dwergolifanten. Ook deze diersoort blijkt bedreigd te zijn. Als we na een paar weken thuis zijn, krijgen we in Nederland het bericht dat er een kudde pygmee-olifanten is gedood op Borneo. Dat zal toch niet de kudde zijn, die wij gezien hebben??
Borneo is mooi en ondanks de houtkap, toch ook nog wel groen (in elk geval groener dan ik had gedacht), maar het regenwoud verdwijnt hier wel in een rap tempo en daarmee ook de natuurlijke leefomgeving van een groot aantal diersoorten. Wil je deze nog in het echt meebeleven, dan zul je toch snel naar Borneo moeten. Niet echt heel goedkoop, maar dat komt mogelijk ook door de middelen van transport (vliegen/varen). Eten kun je hier goed en is uitstekend van smaak en kwaliteit (ook bij de Iban)